Eén jaar Trikipedia. We gaan terug naar veertig jaar geleden: Ironman II met Tom Warren – WTJ 1058

VRIJDAG – Het is vrijdag 8 februari. Een bijzondere dag voor de triathlonsport. Vandaag vieren we onze 41e verjaardag. Het is vandaag ook de dag dat Trikipedia.nl werd gelanceerd. Vergeleken bij de Hawaii-traditie zijn we nog een groentje. Zonder al te veel op-de-borst-klopperij mogen jullie best weten dat heel goed gaat met de site. We hebben enkele loyale partners, die ons alle ruimte geven met de meest uiteenlopende verhalen. We zien de lezersschare groeien. Niet eens zozeer op Facebook als wel op de site zelf. En daar is het ons om te doen, verhalen zijn er om gelezen te worden. Als Trikipedia hopen we ook komend jaar een betrouwbare bron van informatie te mogen zijn voor jullie.

Laten we het daarbij op deze dag? Niet helemaal. Zoals we vorig jaar veel aandacht besteed hebben aan de eerste Ironman, zo blikken we nu terug op de tweede – veel minder bekende – editie. De race eenmalig gehouden op een zondag: 14 januari. In Nederland vroor het dat het kraakte, een Elfstedentocht leek op komst. Aan de andere kant van de aardbol was het ook niet zo heel best. Voor Hawaii-begrippen dan toch. Aan de hand van winnaar Tom Warren nemen we jullie mee terug naar 14 januari 1979, ruim veertig jaar geleden. Het is een bewerking van het verhaal in Sports Illustrated, een publicatie die voor een eerste doorbraak van de sport zorgde.

Hij zette zijn storm-hoofd op. Gelukkig was de stekende regen gestopt en zijn hersens werkten nog. Concentreren nu, zei Tom Warren tegen zichzelf. Nog 20 mijlen te gaan, het meeste tegen die verschrikkelijke wind in. Dezelfde storm die hij al negen uur voelt. Bovenaan de klim staat een stel, twee Hawaii-toeristen op middelbare leeftijd. De loper passeert. Haast struikelend, shirt al uit, ogen omlaag. Uiteindelijk kan de toerist zich niet langer inhouden: ‘Go Iron man’, schreeuwt ie, ,,Go Iron Man’. Tom Waren, 35 jaar, schuifelt voorbij. Nog 20 mijlen te gaan. En de anderen zitten achter hem aan.

Eerder op de dag is Warren gestoken door een kwal en deels verblind door het zoute water. Onderweg raakte hij de weg kwijt en verward, maar opgeven deed ie niet op The Hawaiian Iron Man Triathlon. Onder de deelnemers was een man in Supermanpak. Allemaal met dezelfde reden op Oahu: een hang naar buitensporige uitdagingen.

Warren is daar een mooi voorbeeld van. Ooit had ie een weddenschap met een man in de sauna om 400 sit-ups te doen. Na 300 verliet de man oververhit de sauna. ,,Je bent knettergek’’, tegen Warren roepend. Die maakte de resterende honderd af en won een fles bier.

Het stormde die ochtend op Big Island, Hawaii. Windsnelheden van 40 mijl per uur aan Waikiki. Een marineofficier kreeg zijn boot de haven niet uit, waarmee de begeleiding bij het zwemmen gereduceerd werd tot een reddingssloep terwijl er metershoge golven stonden op het parcours tussen War Memorial Natatorium en Hilton Channel. Aanvankelijk waren 28 mensen ingeschreven, uiteindelijk stonden er 16 in het donker op het strand. Zwarte lucht, de wind knakte haast de palmbomen.

Er werd gestemd of de race door moest gaan. 13 waren voor, drie tegen. Een vrouw, die een jaar getraind had, beende weg. Ze vond haar leven waardevoller dan dit gekkenwerk. ,,Iedereen moet zijn eigen afweging maken’’, zei een man in regenjack.

In 1978 waren bij de eerste editie twaalf mannen gefinisht. Drie stapten uit. Eén ervan ijlde en verliet de race. De tweede had tevoren gezegd maar 14 mijlen te lopen. En de derde maakte z’n fiets kapot.

Prijzengeld  was er niet, ze kregen allen een beker. Gordon Haller, de 28-jarige taxichauffeur en winnaar was blij met een kort wedstrijdverslag in de Honolulu krant. En hij kreeg mails met als aanhef ‘Iron Man’.  Het was een experiment met een allegaartje aan deelnemers. Eentje durfde amper het water in, een ander kocht daags tevoren nog een fiets en op de marathon ging een deelnemer rustig even langs de McDonalds. De snelste zwemmer had een slechte knie uit zijn karatetijd en deed acht uur over de marathon. Anderzijds had organisator John Collins niet voorzien dat Gordon Haller en student John Dunbar er een strijd van leven op dood van zouden maken. Dunbar mocht dan 20 minuten eerder aan het fietsen beginnen, Haller bleef hem achtervolgen. De nacht voor de wedstrijd was Dunbar nog druk doende met z’n spullen bij elkaar zoeken, maar de truck waar alles in lag was op 8 februari – raceday – kwijt. Na tien mijl marathon begon Dunbar te hallucineren. Hij had geen water meer en sloeg twee glazen bier achterover. Haller haalde hem vier keer in. Tijdens massagebeurten en sanitaire stops. Uiteindelijk finishte de cab-driver in 11.46 en Dunbar vloekend en tierend op fout geparkeerde auto’s in 12.20.

Het paste helemaal niet bij deze 25-jarige blonde, vriendelijke man, verlegen in gezelschap. Maar na zijn nederlaag kwam ook de opstandige Dunbar naar boven, strijdlustig tot op het bot. Hij zou Haller een jaar later weer treffen. En vast van plan hem te over-treffen.

Haller had wel gestudeerd, maar deed weinig met die opleiding. Taxi’s rijden, dakenreparateur. Maar na de eerste Ironman toch vooral sportman. ,,Als je talent hebt, moet je het gebruiken.’’ Was zijn leus. Hij trainde het hele jaar door in Oregon, goed of slecht weer. In de jaren daarvoor was hij vaak ziek. In 1969 zelfs negen maanden. Hij had klierkoorts, keelontsteking, hepatitis, dysenterie en een dubbele hernia. In een week tijd was hij 14 kilo lichter. ,,Op de dag dat Neil Armstrong op de maan wandelde, at ik voor het eerst sinds tijden weer iets’’ zei hij later. Gordon besloot met intensieve bewegingsoefeningen keihard aan zijn herstel te werken. Op 5 januari 1970 verklaarden de doktoren hem genezen….

In 1979 stonden hij daar opnieuw tussen het groepje deelnemers van allerlei pluimage. Er was een gymdocent bij, een accountant, eentje die rechten studeerde, een toekomstig anesthesist, een boekhouder van een lease maatschappij.  En mariniers natuurlijk. Henry Forrest bijvoorbeeld, die al liftend van de Amerikaanse oost- naar westkust was gereisd om een kortere (goedkopere) vlucht naar Honolulu te kunnen betalen. Zo’n 20 jaar niet op een fiets gezeten overigens.

In 1979 was Tom Warren de onbekende deelnemer uit San Diego, waar hij de bar Tug’s Tavern runde. De reis naar Hawaii kostte hem 1000 dollar. ,,Anderen kopen daar meubels voor, Maar dit is iets  wat je voor de rest van je leven meeneemt.’’ In dat opzicht had hij veel weg van Haller en Dunbar, fanatiek tot het uiterste. Toch waren er verschillen. Warren trainde graag, maar alles in combinatie met zijn horecazaak, terwijl Haller niet van plan was nog een dag langer te werken. Dunbar hangt daar tussenin. Op een samenkomst van de organisatie met de deelnemers was alles gericht op het duel Haller en Dunbar. Tom Warren stond op en zei: ,,I just want to be a factor.’’

Collins stelde de race al een dag uit en ook op de woensdag was 7 uur ’s morgens geen optie vanwege het weer. Hij was bang dat er mensen zouden verdrinken of tijdens het fietsen overvallen door noodweer. Warren dacht vooral aan de wind, die aan de achterkant van het eiland in zijn voordeel zou zijn. Hij zat hoger, wilde zijn lijf als zeil gebruiken. Dunbar trok op het strand zijn Superman-pak uit. ,,Hoe zijn de condities?’’ vroeg hij een toeschouwer. ,,Vreselijk’’ was het antwoord. Waarop John: ,,Uitstekend.’’

De wedstrijdregels schreven voor dat elke zwemmer een kanovaarder bij zich heeft. Op Hawaii kan iedereen zwemmen, dus dat mocht het probleem niet zijn. Na 40 minuten moest een van de peddelaars gerede worden. Het was Jamie Neely, die Gordon Haller begeleide. Hij excuseerde zich, was bang voor zijn leven. Zwemmen in de oceaan is niet als in een zwembad, waar Haller 12 maanden in getraind had. In het eerste jaar lag hij 80 minuten in de kalme zee, nu raakte hij zonder navigator de weg compleet kwijt.

De 27-jarige restaurantmanager Ian Emberson kwam na 62 minuten als eerste aan de kant met Tom Warren vier minuten later. Vervolgens Dunbar en Mike Collins, zoon van Founder John. De pas 16-jarige Mike was zodanig verzwakt dat hij 14,5 uur met zijn fiets over het parcours zwalkte. Dunbar was compleet onderkoeld, zijn lijf schudde alle kanten op. Een toerist vroeg bezorgd: ,,Moet hij niet uitrusten?’’ Intussen dobberde Haller nog ergens in de oceaan.

Lyn Lemaire, een 27-jarige vrouw uit Boston bleef als enige vrouwelijke deelnemer over. Na 76 minuten keerde ze terug op het strand. Als negende en bijna twee uur in de oceaan kwam aller dan toch uit het water. Hij kon amper overeind blijven staan, stamelde iets als: ,,Is dit nu alles?’’. De concurrentie was 20 mijl op de fiets vooruit. Hier had Haller een jaar lang voor getraind. Toch zou Haller niet uitstappen. Hij ging douchen, kleren aantrekken en stapte wankelend op de fiets. Hopende ze nog allemaal te achterhalen.

Vooraan kwam Warren steeds dichterbij de koppositie. Verrassend, want hij had veel minder tijd om te trainen dan de werkloze Haller en Dunbar. Op de dag van uitstel had de laatste zijn opponent Haller uitgedaagd om het in een rechtstreeks duel uit te vechten. Warren hoorde het aan en keerde terug naar de bar van het hotelletje waar hij verbleef. Het duel kwam er niet.

In de echte race werd het weer steeds slechter. Vanuit de bergen kwamen berichten van sneeuw en wateroverlast op de wegen. Warren haalde Emberson in op een steile heuvel met zicht op de Pacific. Het waaide zo hard dat de begeleidingsauto’s haast van de weg geblazen werden. Emberson was vooral een goed zwemmer, hij stak om de haverklap het water tussen Oahu en Molokai over. Fietsen kon ie niet en hij had slechts één marathon gelopen.

Naarmate de dag vorderde, stopte het eindelijk met regen. Warren behield de leiding, maar werd verrassend genoeg gevolgd door een vrouw: Lyn Lemaire lag tien minuten achter hem. Toen zij Dunbar voorbij reed, vroeg ‘Superman’ aan een begeleider: ,,Doet zij ook mee?’’ Zelfvoldaan keek Lyn achterom naar de verbouwereerde Dunbar en zwaaide. Als wielrenster had ze enkele Amerikaanse snelheidsrecords.

Dunbar concentreerde zich op zijn achterstand op Warren. Eerst 15 minuten, toen een half uur. Hij vroeg zich af:  ,Wanneer gaat hij stoppen.’’ Maar de leider voelde geen pijn, beter gezegd: hij liet geen pijn toe. Hij zei tegen zichzelf: ,,If I don’t stop, nobody can catch me.’’

 

Toms moeder kwam uit een atletiekfamilie. Vader George zat in het bankwezen, hij overleed in 1966. Toms broer Bill is zeven jaar ouder. Net als pa had Bill geen interesse in sport. Tom was vaak op zichzelf, trainde zichzelf. Bij wedstrijden dacht hij aan de koppositie, zodat niemand de pijn op zijn gezicht kon zien. ,,Als ik van vermoeidheid zou moeten stoppen, zou ik doen alsof het een lekke band is.’’

Terug richting Honolulu over Route 99 te midden van de ananasbomen en suikerrietvelden kregen de deelnemers de wind pal op kop. Ian Emberson stond zo goed als stil. Tom Warren had nog steeds een half uur voorsprong op Lyn Lemarie en iets meer op John Dunbar. Maar de achtervolgers namen een meer beschutte route. Lyn kwam even tot op vijf minuten. ,,Where’s the girl?’’ bleef Warren roepen.

Haller en Dunbar rekenden op hun marathon en het feit dat Warren eindelijk zou instorten. Een jaar eerder liep Dunbar een kale marathon in 2.39 uur. Hij had alles op Hawaii gezet om daarna een baan te zoeken. Downtown Honolulu kneep Warren zo hard in de remmen dat zijn volgbus haast tegen hem aan knalde. Hij stapte af, smeerde zijn voeten in met vaseline. Een tv-man stak een microfoon onder zijn neus. ,,How do you feel?’’, schreeuwde hij tot Warren. ,,I don’t feel like dancing.’’ was zijn antwoord.

Elf minuten later volgden Lemaire en Dunbar. Hij was twee keer van fiets gewisseld, want het zadel zat niet lekker. Zijn gezicht was getekend, zijn ogen dof. Warren was toen al voorbij Waikiki Beach op de Kalakaua Avenue. Zijn stemming was goed. Hij zon liedjes en beloofde zichzelf een houten leeuw van 600 dollar te kopen, mocht hij winnen.

Andere kleren dan sportbroekjes en T-shirts had de Amerikaan nooit aan. In Parijs liep hij ooit naar de Seine om te gaan zwemmen. De mensen keken hem raar aan.  Nu, terwijl hij het verkeer ontwijkt in het centrum van Honolulu besteedt niemand aandacht aan hem. Dunbar passeerde Lemaire en Emberson, maar lag nog altijd een half uur achter. En Haller was door zijn desastreuze zwemonderdeel een uur van een tweede overwinning verwijderd.

Na het keerpunt was het terug door de stad tot de finishlijn in Kapiolani Park. Negen mijl achter Warren was Gordon Haller gestopt om wat te drinken, zijn begeleiders naast hem. Warren, op de terugweg, verhoogde expres het tempo. Kop de lucht in en met grote pas. Haller kon niet geloven dat deze man kennelijk geen pijn voelde. Na negen uur zag hij Warrens gezicht voor het eerste. Het voelde alsof hij werd neergeschoten. Dunbar overkwam het volgende uur hetzelfde. Het was daar dat hij voelde ook zijn laatste Ironman niet te kunnen winnen.

Tom Warren voelde zich onoverwinnelijk. Het regende lichtjes toen zijn crew samen met een groepje lachende tieners hem de laatste meters naar de finish begeleidde. De marathon ging in 3.51 uur. Zo’n twintig mensen wachtten hem bij de eindstreep op. Het kostte hem 11.15.56 uur om een Iron Man te worden. Zijn eerste woorden waren: ,,The game is done! I’ve won. I’ve won!’

Languit lag hij in het gras. Toen hij na een poosje overeind wilde komen, lukte dat slechts toen een bejaarde man hem bij omhoog tilde. Precies op dat moment kwam ‘Cowman’ voorbij. Hij had 2,5 uur in het water gelegen en was negen uur onderweg geweest op de fiets. Nu begon voor hem – echte naam Ken Shirk – de marathon. Al jodelend vertrok hij bij zonsondergang.

Twaalf van de vijftien haalden de finish. Frank Day verdraaide zijn knie bij het zwemmen en moest tijdens de marathon uitstappen. Twee jonkies – Dave Heffernan en Dennis Cahill – stonden doodsangsten uit tijdens de marathon in het drukke verkeer. Ze gaven er de brui aan. Emberson werd derde in 12.23, Haller had 12.31 nodig. Zijn marathontijd was de snelste van de dag, acht minuten sneller dan Warren. Lyn Lemaire was de eerste vrouw ooit. Ze rende hard naar de finish toe: vijfde totaal in 12.55. Henry Forrest ging 35 minuten sneller dan het jaar ervoor. Cowman zette de koeienhelm recht toen de klus na 16.41 uur geklaard was.

Warren wachtte Dunbar op voor de tweede plaats. Zijn ogen werden groter toen hij de man zag, die maar niet wilde uitstappen. Hij mompelde iets van felicitaties, waarop Warren knipoogde: ,,Klaar voor een kroegentocht?’’ Maar de ontgoochelde Dunbar beende weg, gewikkeld in dekens. De ontmoeting tussen Warren en Haller was na afloop hartelijker. De oude en de nieuwe kampioen liepen samen het park uit en stapten in een jacuzzi. Tot middernacht namen ze hun trainingstheorietjes door. Over één ding waren ze het snel eens: it was a way of life.

Rond half twee ’s nachts dwaalde kampioen Tom Warren in de regen in z’n eentje door de verlaten straten van Honolulu. In het park stond John Miles als een schildwacht te wachten op zijn zoon Mike. De knaap zou de andere morgen om half negen het park bereiken….

 

Bron: het hoofdartikel komt uit Sports Illustrated; daarnaast zijn er passages uit West Hawaii Today, Hawaii Tribune Herald en New York Times.

Wim van den Broek

Wim van den Broek

Helft van Nederlands bekendste speakerduo, houdt van hoogoplopende debatten in de plaatselijke gemeenteraad en één van de drijvende krachten achter één van de oudste triatlons: Oud-Gastel...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: