Column Daan: Lessen vanaf Mallorca a.k.a. Temptation Island

Landskampioen duathlon Daan de Groot schrijft in zijn columns geregeld wat hem zoal bezig houdt. De afgelopen weken waren veel du- en triatleten op trainingskamp, zo ook Daan. Hij was op Mallorca. In vier columns komt hij de komende weken terug op een intensief weekje voorbereiding op het nieuwe seizoen, wat voor Daan morgen in Hilversum van start gaat.

 

Een belangrijk deel van het leven als sporter is het vermijden en weerstaan van allerlei verleidingen: ‘Temptations’ zouden we ze kunnen noemen. Op een trainingskamp heb ik twee ‘Temptations’ waarvoor ik elke keer weer bezwijk: toetjes, en sociaal geneuzel. Van die dingen die op korte termijn goed, lekker, en zelfs belangrijk voelen, maar waar je op lange termijn alleen maar moe, traag, en uitgeblust van wordt. Dit jaar ging ik op een gezamenlijk trainingskamp van de duatlonselectie en het RTC Brabant. Dit jaar zou anders worden: ik zou helemaal alleen op mijn kamer lekker niet een toetje eten, ik zou een beetje werken, en me vooral niets aantrekken van alle sociale interacties die op een trainingskamp plaatsvinden.

Dit ging mis. Nouja, het ging half mis, want de meeste toetjes heb ik inderdaad niet opgegeten, maar die sociale interacties, die zijn veel te interessant. Ik vind mensen, en sporters in het bijzonder, soms inspirerend en altijd interessant. Interessant genoeg om van te leren, inspirerend genoeg om over te schrijven. Daarom bij deze de eerste van vier lessen vanaf Mallorca.

De mooiste roomie.

Het ontwijken van sociale interacties ging al mis toen ik zag wie mijn roomizou zijn: Rody Kroon. Ik kende hem al van gezicht, maar ik had geen idee dat er zo’n rare naam bij hoorde, geen idee dat hij zou uitgroeien tot “The Fresh Prince of Temptation Island”. Rody Kroon, de favoriete natuurkundeleraar van elk pubermeisje; centrum van de aandacht van iedereen onder de twintig. Rody ‘Rodje’ Kroon, ook wel Rodney genoemd door snellere mannen. Mr. Red Crown, Mr. does-not-know-how-to-shut-up. De man met het gouden hart, maar de scherpe tong. De man die mijn mooiste roomie ooit werd.

Om mijn relatie met Rody te begrijpen moet ik misschien eerst uitleggen hoe ik hem leerde kennen. Zelf vind ik het leuk om soms een beetje een klootzak te zijn, ik vind ook dat het mag in de sport, misschien hoort het zelfs een beetje. Het nadeel van een klootzak zijn, is dat je soms geconfronteerd wordt met de gevolgen. Dit keer was het gevolg: Rody Kroon. De oorzaak vond plaats tijdens de duatlon-estafette in Hulsbeek: mijn Hellas-team lag een beetje achter waardoor ik pas een paar seconden achter een klein mannetje van het RTC Brabant mocht starten. Ik zag hem zenuwachtig aan zijn kleding frunniken en mijn roofdierinstinct kreeg de overhand: deze jongen moest ik pakken. Om hem een beetje extra zenuwachtig te maken zei ik net voor zijn start: “Hé, tot zo hè.” Hij keek me verward en geschrokken aan, en dat was precies het effect wat ik wilde bereiken. Het droeg eraan bij dat ik hem al snel inhaalde en uiteindelijk loste. Psychologische oorlogsvoering is een kunst, en ik ben een groot liefhebber. Ik bleef hier maandenlang trots op. Totdat de alziende bondscoach, Armand van der Smissen, mij met datzelfde mannetje op een kamer plaatste: toen werd ik zelf een klein beetje nerveus.

Gelukkig blijkt Rody zelf ook een beetje een klootzak, waardoor wij het prima met elkaar kunnen vinden. Beiden hevig overtuigd dat niet alles wat je zegt aardig hoeft te zijn, en beiden ook overtuigd dat we het wel doorhebben als we écht over de schreef gaan. Beiden op zoek naar de grens tussen een grapje, een kleine correctie, en een pesterij, en beiden overtuigd die grens al lang uitgetekend te hebben. Mijn roomie was niet alleen een maatje en een slapie, mijn roomie was een spiegel. Weliswaar was mijn spiegelbeeld een stuk knapper en kleiner dan ik, maar de voorkeur voor directe grapjes, sneren, en opmerkingen delen we. Ik heb er veel van geleerd en ik denk Rody ook. Ik denk dat zelfs de ‘Fresh Prince of Temptation Island’ soms de grens even uit het oog verliest, maar het siert hem dat hij daar dan wel weer wakker van ligt. Rody is een mooie jongen.

De perfecte trainingsmaat.

Behalve een mooie kamergenoot, heb je op een trainingskamp ook vooral een perfecte trainingsmaat nodig. Gelukkig had ik deze week Yennick Wolthuizen: topper zonder nadagen, rustige papa met jeugdige passie. Het enige nadeel van deze trainingsmaat is dat hij ergens op een bijna onbereikbaar eiland woont waardoor ik niet dagelijks met hem kan trainen. Wat maakt Yennick de perfecte trainingsmaat? Onder andere zijn rust, zelfvertrouwen, passie, talent, en zijn vriendelijkheid. Yennick pakt rust op momenten dat ik het ook zou moeten, hij is rustig op momenten dat ik me opwindt, hij deelt mijn mening op de momenten dat ik dat nodig heb, hij stimuleert mijn zelfkritiek zonder dat expliciet te zeggen. Maar bovenal is Yennick niet altijd – of in ieder geval niet zichtbaar – op zoek naar bevestiging, en dat is iets waar veel mensen (waaronder ik) iets van zouden moeten leren.

Met bijna niemand kan ik intervaltrainingen doen, omdat gezamenlijke intervallen eigenlijk altijd leiden tot competitie, en competitie bijna nooit tot de beste training. Met Yennick kan dat wel. Yennick kan stimuleren, zonder te competeren. Zo reden we de fameuze “Tankstelle”-klim met dezelfde opdracht op: “beetje doortrekken”. Vanaf de voet reed ik weg, en Yennick startte iets later zijn motoren. Hij reed de hele klim achter me, hield me in het zicht, maar kwam me niet voorbij, voerde zijn eigen opdracht uit maar liet mij ook die van mij doen. Ik weet zeker dat hij me voorbij kon gaan, ik voelde hem komen, loeren, en zich uiteindelijk inhouden. Hij stelde de ‘procesdoelen’ van onze trainingen boven het directe genot van mij inhalen.

Ik besefte deze week dat Yennick voldoende zelfvertrouwen heeft om zich op de lange termijn te focussen, dat hij het niet nodig heeft om mensen in de training te verslaan. Het was besmettelijk, het gaf mij een rust die ik hoop nog lang vast te kunnen houden. En zoniet, dan ga ik op bedevaart naar zijn onbereikbare eiland. Deze week besefte ik dat Yennick een trainingsmaat is in plaats van een concurrent. Begin mei zullen ik en mijn trainingsmaat op het EK iedereen kapot maken en wie daarna het NK wint? Dat is van ondergeschikt belang.

Volgende week, de tweede column over dit bijzondere trainingskamp. De kans is groot dat Daan iedereen, die mee was nog eens dunnetjes fileert. Maar alles met een knipoog.

 

 

Wim van den Broek

Wim van den Broek

Helft van Nederlands bekendste speakerduo, houdt van hoogoplopende debatten in de plaatselijke gemeenteraad en één van de drijvende krachten achter één van de oudste triatlons: Oud-Gastel...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: