Sarissa de Vries 15 jaar in de triathlon sport: de ups en downs van haar triathloncarriere

Sarissa de Vries is meervoudig Nederlands kampioene triathlon. Ze komt uit op verschillende afstanden en is al jaren een vaste waarde in de triathlonsport. Als 5 jarig meisje startte ze haar sportloopbaan als turnster om via een omweg als wedstrijdzwemster uiteindelijk in de voetsporen te treden van haar vader als triathlete. Een heel open en bijzonder gesprek met Sarissa over toen en nu, haar triathloncarrière en haar fysieke en mentale gezondheid.

 

 

Je begon je sportcarrière in de turnsport, hoe kom je dan bij triathlon terecht?

Toen ik jong was, deed mijn vader fanatiek aan triathlon en al vroeg deden mijn broertje en ik mee met jeugdloopjes bij de plaatselijke hardloopwedstrijden waar mijn vader mee deed. In 1999 deed mijn vader de hele triathlon van Almere en mocht ik mee over de finish. Dat was gaaf! Mijn eerste zwemloop deed ik toen ik 11 was, hoewel ik toen nog niet goed kon zwemmen. Ik moest de hele 250m schoolslag zwemmend afleggen. Ik wilde graag borstcrawl leren en op mijn 12e stopte ik met turnen en werd ik lid van de zwemvereniging. Mijn hele middelbare schooltijd heb ik met heel veel plezier aan wedstrijdzwemmen gedaan. Elk jaar werd ik een klein beetje beter en ook toen al, had ik vooral aanleg voor de langere afstanden. Op mijn 16e mocht ik van mijn ouders eindelijk lid worden van de triathlonclub en ging ik naast wedstrijdzwemmen ook triathlons doen. Mijn eerste echte triathlon was die van Oud Gastel in 2005. Dit was gelijk het NK junioren en ik eindigde als 4e in de D16 categorie (9e juniore overall). Ik kan me herinneren dat ik als een van de eersten uit het water kwam. Ik had geen triathlonpakje, dus ik moest me omkleden in de wissel waardoor ik veel tijd verloor, maar het was wel heel leuk! Die eerste jaren heb ik enorm veel plezier gehad in de trainingen en wedstrijden. We hadden een leuk jeugdclubje bij de triathlonclub en elke wedstrijd was een feestje.

Meerennend met mijn vader tijdens zijn laatste meters voor de finish van de Holland Triathlon Almere 1999

 

De rest van je korte afstand carrière (2005-2014) is niet altijd over rozen gegaan. Kun je daar iets meer over vertellen?

In het najaar van 2005, werd er een limietendag voor junioren georganiseerd. Eén van de begeleiders vertelde me dat ik potentie had, maar dat ik voor mijn lengte wel onder een bepaald gewicht moest zitten. Ik zat daar niet heel ver vanaf, dus ik bedacht me dat als ik wat meer zou opletten op wat ik at, ik dat gewicht wel kon bereiken. Die opmerking is me jarenlang blijven achtervolgen en langzaam maar zeker werden voeding en mijn gewicht steeds meer een obsessie. Over de jaren heen begon zich een patroon te ontwikkelen waarbij ik graag wilde afvallen en dus minder ging eten, maar dat zorgde voor meer honger, waardoor ik eetbuien kreeg, met name op momenten waarin ik gestrest of emotioneel was. Vervolgens kreeg ik spijt, werd ik boos op mezelf en moest ik van mezelf nog minder eten om die calorieën weer te compenseren. Na een aantal jaar kwam hier ook overmatig en obsessief bewegen bij om het teveel aan calorieën te kunnen verbranden. Naast mijn trainingsschema probeerde ik dan zoveel mogelijk extra te bewegen door bijvoorbeeld veel te wandelen of maakte ik een omweg als ik naar de supermarkt ging op de fiets. Ook probeerde ik altijd net iets verder of langer te trainen dan op het schema stond, om toch weer net wat extra calorieën te kunnen verbranden. Dit diëten en overmatig sporten zorgde dan weer voor meer stress, meer vermoeidheid, meer honger en daardoor werd de kans op eetbuien weer groter. Ik zat in een negatieve spiraal die moeilijk was te doorbreken. De schommelingen werden over de jaren steeds groter, want ik werd steeds beter in mijn eigen lichaam voor de gek houden en kon steeds langere periodes heel weinig eten, maar de periodes van overeten werden ook steeds heftiger. In het extreemste geval ben ik een paar maanden wel 15 kilo afgevallen en weer bijgekomen.

Limietendag 2005 (16 jr oud), waar me werd verteld dat ik wel iets lichter moest wegen als ik toptriatleet wilde worden

Uiteindelijk is in 2010 bij mij boulimia nervosa geconstateerd. Deze vorm van een eetstoornis kan heel lang onder de radar blijven, zoals dat bij mij ook het geval was. Er was in eerste instantie niet veel te zien aan mijn gewicht, omdat ik die eerste periode vaak gedurende de weekdagen mezelf ‘op dieet’ zette en in het weekend had ik dan eetbuien. Pas later duurden de fasen van diëten soms meerdere weken of zelfs maanden. Maar ondanks dat het van de buitenkant heel lastig te zien was, heeft het me mentaal en fysiek wel uitgeput. Ik was constant bezig met wanneer ik wat ging eten en ik kreeg niet voldoende gezonde voeding binnen tijdens en na mijn trainingen om te kunnen herstellen. Ik ben uiteindelijk dan ook burn-out geraakt en in een depressie beland. Dat was mijn absolute dieptepunt. Ik wilde mijn bed niet meer uit, ik wilde eigenlijk helemaal niks meer.

Toch heb je in die periode mooie resultaten gehaald. Je haalde bijna de Olympische Spelen, werd 2e op het WK u23 en won zelfs een Europacup. Hoe heb je dat gedaan?

De resultaten die ik heb behaald in mijn korte afstand carrière waren erg wisselend, maar overwegend teleurstellend. De echt goede wedstrijden zijn gedurende die periode op 1 hand te tellen. In 2007 haalde ik mijn VWO diploma en vertrok ik naar Sittard om te gaan trainen in het NTC, als lid van de eerste lichting NTC-ers. In de eerste 3 jaar in het NTC maakte ik wel progressie als atleet, want ik ging van de ongeveer 8-10u training per week die ik deed toen ik nog thuis woonde, naar weken van wel 20-25u training in het NTC. Maar elke wedstrijd viel tegen ten opzichte van de vorm die ik had. Ik was vaak heel moe door het diëten in de laatste periode voor een race om nog net wat extra te kunnen afvallen, of heel zenuwachtig, waardoor ik totaal blokkeerde of cruciale fouten maakte. Bij een Bundesliga wedstrijd (Duitse teamcompetitie) of een race aan het einde van het seizoen kwam er soms nog wel eens een redelijke wedstrijd uit: wanneer het er eigenlijk allemaal niet meer toe deed en de druk van het móeten presteren er af was. In die eerste paar jaar had volgens mij niemand echt door dat ik niet goed at en niet lekker in mijn vel zat. Tot ik in het voorjaar van 2010 burn-out raakte en ik opeens niet veel meer kon dan een heel kort stukje wandelen. Toen gingen er wel wat alarmbellen rinkelen dat er wat aan de hand was. Na een aantal weken herstel krabbelde ik wel weer op en eenmaal aangesterkt kon ik aan het einde van dat seizoen nog een aantal wedstrijden meepakken en werd ik zelfs 7e in de World cup in Zuid-Korea in oktober 2010.

Een aantal goede resultaten kwamen in 2011 en 2012 toen ik onder John Hellemans trainde. Hij nam ons mee naar Nieuw-Zeeland en op de een of andere manier heeft die cultuur die daar heerst me goed gedaan. Het leven is daar veel relaxter en gemoedelijker dan in Nederland. In Nieuw Zeeland voelde ik minder stress en ik was minder bezig met mijn gewicht en was ik minder streng in wat ik wel en niet mocht eten. Dat resulteerde in een beter energieniveau, meer vertrouwen, minder eetbuien en daardoor ook een lager gewicht. Tijdens het Olympisch testevent bij de WTS Londen 2011 bleef ik op 8 seconde steken van Olympische nominatie. Na die race bleek de Olympische spelen een realistisch doel te zijn, daardoor nam wel de druk en stress toe en viel ik terug in mijn oude gewoontes. Ik haalde de spelen uiteindelijk niet. Het tweede deel van 2012 ging weer beter, aangezien alle druk van limieten, rankings en het halen van de Spelen was weggevallen. Ik won de Europacup van Geneve en werd tweede op het WK u23 in Auckland, Nieuw Zeeland. Maar juist in de periode ná die goede prestaties bleek eigenlijk  pas echt hoe zwaar dat eetprobleem me eigenlijk te pakken had: ondanks die goede prestaties was er nog altijd dat stemmetje in mijn hoofd dat me vertelde dat ik te dik was en dat ik meer moest afvallen. Dat was wel het moment dat ik me realiseerde dat ik hier in mijn eentje niet vanaf zou komen en dat ik hulp nodig had. Via de sportpsycholoog van de bond ben ik uiteindelijk doorverwezen naar een psycholoog gespecialiseerd in eetproblematiek, die me goed heeft kunnen helpen.

In strijd met Non Stanford om het goud tijdens het WK u23 in Auckland

 

In 2014 zette je een punt achter je topsport carrière. Hoe kwam je tot die beslissing?

In 2013 begon ik aan een therapietraject om aan mijn eetprobleem te werken, maar in combinatie met het schrijven van mijn bachelor scriptie en mijn nieuwe status als ‘talent’ na mijn 2e plek op het WK u23 werd de stress me opnieuw te veel en ik raakte weer burn-out. Het herstel verliep traag. Er was een constante strijd in mijn hoofd tussen wat ik leerde bij de therapeut om naar mijn lichaam te luisteren en de enige manier waarop ik topsport kende: niet zeuren en altijd maar doorgaan, minder eten en meer trainen. Toen ik in mei 2014 na een paar teleurstellende races opnieuw buiten de top40 finishte in de WTS van Yokohama, was ik er ter plekke helemaal klaar mee. Ik besefte me dat zo lang ik aan topsport zou blijven doen, mijn gewicht centraal zou staan en de daarmee gepaarde problemen zich zouden blijven voordoen. Ik moest afstand nemen van de topsport om van die vervelende stem in mijn hoofd af te komen die me de hele dag vertelde dat ik te dik en niet goed genoeg was.

 Later in 2014 zagen we je wel weer voorbij komen in de eredivisie wedstrijden, maar finishte je ergens halverwege het veld. Hoe heb je dat ervaren?

Nadat ik gestopt was, moest ik gaan nadenken wat ik verder wilde doen met mijn leven. Het was zo’n abrupte beslissing, dat ik daar nog niet echt mee bezig was geweest. Ik wilde de master bewegingswetenschappen volgen in Maastricht, maar daar kon ik pas in september mee beginnen. Ik heb de zomerperiode overbrugt met een 2weekse groepsreis door Zweden en Noorwegen met mensen die niks hadden met topsport of triathlon. En ik volgde een 3-weekse snelcursus tot fitnessinstructeur, zodat ik wellicht een bijbaantje kon vinden tot ik mijn studie had afgerond. Ook verhuisde ik van Sittard naar Maastricht en ik sloot me aan bij Ferro Mosae, de studenten triathlon vereniging van Maastricht. Het leek me wel leuk om op een recreatieve manier triathlon te blijven doen en ook wat meer te ervaren van het studentenleven. De dames van Ferro Mosae waren een jaar eerder gepromoveerd naar de eredivisie en hadden me gevraagd of ik misschien mee wilde doen bij de laatste 2 eredivisiewedstrijden dat jaar. Ik was inmiddels 4 maanden met ‘pensioen’, had bijna niet getraind en was heel veel kilo zwaarder. Het diëten had ik snel los kunnen laten nu ik niet meer fit hoefde te zijn voor wedstrijden, maar de eetbuien waren moeilijker te tackelen, omdat dat voor mij in de loop der jaren de enige manier was geworden hoe ik kon dealen met moeilijke momenten en emoties. Die eerste eredivisie in Veenendaal 2014 finishte ik als 14e. Mijn looptijd over de afsluitende 10km was ruim 10min langzamer dan mijn PR, maar het mooie was: het maakte allemaal niet uit; ik had een superleuke dag. Ik had eindelijk het gevoel weer terug zoals ik ooit begonnen ben als 16 jarig meisje die met haar clubgenootjes het land af reisde voor junioren wedstrijden: gewoon ‘je best’ doen en dat dat dan goed genoeg is.

Eredivisie 2014, een paar bonuskilo’s maar vooral veel plezier in de sport!

 In 2015 stond je aan de start van Ironman Maastricht en je finishte als 2e. Toch een comeback als topsporter, maar op de lange afstand?

Toen ik me inschreef voor Ironman Maastricht had ik niet de intentie om een comeback te maken als topsporter. Het was eigenlijk juist bedoeld als afronding van mijn carrière, aangezien ik de beslissing om te stoppen zo plotseling had genomen een jaar eerder. Ik wilde eigenlijk wel graag een Ironman gefinisht hebben voordat ik écht de sportschoenen aan de wilgen zou hangen. Via marktplaats kocht ik een goedkope tijdritfiets en voordat ik het wist stond ik op 2 augustus aan de start van Ironman Maastricht. De race ging eigenlijk best wel goed: ik werd tweede op 20min van Yvonne van Vlerken. Maar wat me vooral is bijgebleven is het gevoel van empowerment toen ik over de finish kwam. Ik was op dat moment nog steeds redelijk zwaar. Ik woog 10 kilo boven het gewicht wat ik bijna 10 jaar lang had nagestreefd. Een gewicht waarbij ik me een paar jaar eerder enorm zou schamen. Maar in plaats van mijn lichaam en mijn gewicht te verafschuwen kon ik nu juist trots zijn. Niet per se op hoe ik er uit zag, maar op wat ik zojuist had gedaan: ik had een Ironman gefinisht en nog redelijk snel ook! Voor mij was die spreuk van Ironman “Anything is Possible” daarom ook zo toepasbaar: zó lang had ik gedacht dat ik niks waard was, tenzij ik die magische nummers op de weegschaal zag staan, maar nu was opeens alles mogelijk, ik kon eindelijk weer met een positief gevoel naar mijn lichaam kijken.

De finish van Ironman Maastricht. Vol ongeloof op wat mijn lichaam zojuist had gedaan

Vanaf 2015 hebben we je in actie gezien op alle afstanden in de triathlon. In 2017 haalde je zelfs een NK medaille op 4 verschillende triathlonafstanden en kennen we je inmiddels ook als triathloncoach. Hoe combineer je dat allemaal?

Vanaf 2015 hebben we je in actie gezien op alle afstanden in de triathlon. In 2017 haalde je zelfs een NK medaille op 4 verschillende triathlonafstanden en kennen we je inmiddels ook als triathloncoach. Hoe combineer je dat allemaal?

Na Ironman Maastricht had ik niet direct een plan hoe ik verder wilde als triathleet of wat ik wilde doen na mijn studie bewegingswetenschappen. Ik wilde vooral plezier hebben in de sport en blijven werken aan mijn gezondheid. Mijn lichaam moest zich nog steeds herstellen van alle schade die het had opgelopen tijdens mijn tijd in het NTC. Qua omvang was zo’n 15u training per week wel een beetje de max en ik moest erg oppassen met intensiteit, want die trainingen kon ik moeilijk verteren. De afgelopen jaren heb ik dus voornamelijk getraind voor de lange afstanden, omdat daar minder intensieve trainingen voor nodig zijn en heb ik de eredivisieraces puur op algemene conditie geracet. Dat is natuurlijk niet ideaal geweest, maar door de niet-ideale voorbereiding voelde ik geen druk tijdens deze wedstrijden, wat voor mij denk ik op een bepaalde manier dan toch positief heeft uitgepakt.

Naast het trainen was ik ook druk om een maatschappelijke carrière op te bouwen. In 2015 rondde ik mijn master bewegingswetenschappen af en volgde ik de TTN3 (triathlon trainer niveau 3) cursus van de NTB. Eind 2015 begon ik met het coachen van atleten via Edosports en ik werkte parttime in de fitness van Universiteit Maastricht als fitnessinstructrice. Begin 2016 begon ik ook als hoofdtrainer bij Triathlon Club Maastricht (TCM) én als assistent trainer bij de talentherkenningsgroep van de NTB.

De combinatie werk en het racen tussen de pro’s ging niet altijd even soepel. In 2016 had ik het druk met mijn maatschappelijke carrière, maar voelde ik wel druk om opnieuw een goede prestatie neer te zetten bij de 2e editie van Ironman Maastricht. Uiteindelijk was ik door alle drukte van de pre-raceweek al ontzettend moe en toen moest de Ironman nog beginnen. Dat werd een hele lange dag.

In 2017 wilde ik het anders aanpakken en koos ik voor races met de instelling: de reis naar de wedstrijd toe is al de moeite waard. Dat werkte goed voor mij. Zo finishte ik als 2e in een tijd van 9u09 bij Challenge Almere, de race die ik altijd al wilde doen sinds mijn vader die in 1999 finishte. Dat jaar werd ik ook nog 2e op het NK sprint en ik won het NK OD en NK halve, werd 2e bij Challenge Geraardsbergen en 3e bij Challenge IJsland.

Op avontuur tijdens Challenge IJsland

Met die prestaties kwam echter ook weer veel druk en 2018 liep uit op een teleurstelling. Ik wilde meer trainen dan mijn agenda me toeliet en gedurende het jaar stapelde de vermoeidheid en teleurstellende resultaten zich op. De laatste maanden van 2018 heb ik heel weinig getraind en alleen gedaan waar ik zin in had, zoals leren schaatsen.

Ik realiseerde me dat ik te veel op mijn bordje had genomen en besefte me dat ik keuzes moest maken. Wat wilde ik écht?Ik maakte de beslissing om te stoppen als fitnessintructeur, ging minder trainingen geven bij TCM en ik besloot om het coachen van atleten verder te zetten onder mijn eigen naam. Daarnaast investeerde ik in mijn persoonlijke ontwikkeling door een mindfulness cursus te volgen wat me heeft geholpen om beter met stress om te kunnen gaan en ging ik opnieuw in behandeling bij een psycholoog om verder te werken aan mijn eigenwaarde en zelfbeeld. Ik koos er in 2019 voor om geen grote races te doen (op Challenge Almere na, die ik alleen zou doen als de rest van het seizoen goed zou gaan) en uiteindelijk heb ik in 2019 negen triathlons gedaan en toevallig allemaal een andere format; hele, halve, 111, OD, sprint, triple mix, team relay, team sprint en supersprint en in al die races haalde ik het podium. Maar het belangrijkste was: ik voelde me fris en ik racete weer zonder druk. Een belangrijke factor wat me hierbij ook heeft geholpen is dat mijn vriend Maarten sinds eind 2018 mijn trainingsschema’s voor me is gaan schrijven. Dat bracht meteen veel rust in mijn hoofd. Hij is heel goed in het inschatten van mijn belastbaarheid en zorgt ervoor dat ik niet te veel hooi op mijn vork neem tijdens een drukke week. Ook heb ik geleerd om naar de signalen van mijn lichaam te luisteren en om daar ook naar te handelen. In 2020 heb ik deze positieve trend weten door te zetten en zat ik ondanks de coronacrisis toch lekker in mijn vel. Ik ben blij dat ik uiteindelijk nog 3 races heb kunnen doen en daar ook van heb kunnen genieten.

Wat gaan we nog van je zien in de toekomst? Op naar de volgende 15 jaar?

Fysiek gezien kan ik qua omvang alweer redelijk wat aan, vooral als ik de rest van mijn agenda goed in de gaten houd, maar ik merk dat ik nog steeds een beetje moet oppassen met intensievere trainingen. Met mijn mentale gezondheid gaat het nu wel echt de goede kant op. Als het zo blijft durf ik wellicht ook weer wat grotere wedstrijden te kiezen, maar alleen als het niet ten koste gaat van mijn mentale of fysieke gezondheid. Dus als het een periode minder goed gaat, stel ik mijn doelen gewoon weer wat bij. Voor 2020 hadden Maarten en ik eigenlijk het plan om met ons busje door Europa te reizen voor trainingskampen en wedstrijden en die reis te eindigen bij het WK hele afstand in Almere. Helaas werd ons avontuur in maart na 2 weken Spanje al afgekapt vanwege de coronamaatregelen, maar wie weet kunnen we dat plan in 2021 alsnog uitvoeren. Daarna zien we weer verder. Het coachen van andere triathleten is inmiddels een passie geworden waar ik veel energie uit haal. Daar wil ik zeker mee door blijven gaan.

Als sporter denk ik dat ik ook altijd wel uitdagingen zal blijven vinden. Als het mee zit blijf ik nog wat jaren actief in het profveld bij Ironmans en Challenge-wedstrijden, maar ooit een ultratrail lopen lijkt me bijvoorbeeld ook erg gaaf. Het lijkt me sowieso leuk om de eredivisieraces te blijven doen, of als ik ouder wordt wellicht 1e of 2e divisie. Er valt denk ik altijd wel weer een doel te bedenken wat past bij de leefstijl of levensperiode waar ik me dan in bevind. We gaan zien wat de toekomst brengt.

Op naar 2021!

 

 

Ruud de Haan

Ruud de Haan

De andere helft van het bekendste speakerduo van Nederland, zoekt elke maandag zijn stem terug, beweert zelf ooit aan triatlon gedaan te hebben, hoopt dat er geen beeldmateriaal bovenkomt van die Speedo-periode... ;-)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.