De avonturen van Edwin Dasselaar in Swedeman XTreme Triathlon: remmen voor vos en eland

DONDERDAG – Met alle respect voor triatleten uit de World Triathlon-races maar een verslag van een sprint of standaard triathlon is meestal als volgt: lang lint uit het water, grote kopgroep, beslissing valt bij het lopen. Beetje saai dus. De echte avonturen komen van de atleten van de lange afstand en – nog meer – van hen die de Xtreme-triathlons doen. Zoals Edwin Dasselaar, afgelopen weekend nummer drie van de Swedeman. Hij deelt zijn verhaal met ons en dus ook met de Trikipedia-lezers. Altijd weer bijzonder om te lezen hoe zo’n wedstrijd verloopt en dat het volbrengen ervan meer dan ooit het voornaamste doel is. Het woord is aan Edwin:

Xtri Sweden / Swedeman. Na 1 week vakantie in Scandinavië is het tijd voor mijn eerste hele triathlon van het seizoen. Dit keer wel met een ‘klein extraatje’. Het zwemmen gaat richting de grootste waterval van Zweden, het fietsen is 205 kilometer en het looponderdeel (42.2km) is een trailrun en heeft meer dan 1800 hoogtemeters inclusief een klim naar de hoogste berg in de omgeving. Omdat de dag lang beloofd te worden, is de start ook erg vroeg en gaat de wekker al om kwart over drie!
Om 4 uur worden we met alle deelnemers (91 gekken in totaal) opgehaald met de bus en naar de zwemstart gebracht waar om 5:00u het startschot gaat. Het zwemonderdeel is prachtig; in een bergmeer met helder water, omliggend bos, een lekkere watertemperatuur, weinig golven en geen gevechten met andere deelnemers wordt er in de kortste keren 3800m afgelegd. Ik zwem lekker in het voorste groepje mee en alles verloopt prima. De zwem exit is nabij de grootste waterval van Zweden, waardoor het laatste stukje nog even pittig is, maar na 58,5 minuut bereik ik de kant. Hier wordt mijn tijd gemeten middels een polsbandje die ik in een kastje moet steken, waarna ik mij naar de wisselzone moet begeven.
De tocht naar de wisselzone is een 400m lang, onverhard en steil pad. Vandaar dat mijn buddy & support van de dag, Margot, mijn schoenen heeft klaargezet zodat ik nog enigszins comfortabel naar boven kom. Boven bij de wisselzone aangekomen (die Margot tijdens mijn zwemonderdeel volledig heeft moeten inrichten), wissel ik zo snel mogelijk, zodat ik mooi bij mijn zwemgroepje kan aanpikken. Maar helaas, ergens tussen de water exit en de wisselzone ben ik mijn polsbandje verloren en zonder mag ik niet verder: PANIEK!!! Margot rent naar beneden naar de zwem exit om mijn polsbandje te zoeken, terwijl ik in mijn wetsuit/wisselzone zoek om het polsbandje te vinden, wat gepaard gaat met enkele woorden die ik hier niet zal noemen.
Gelukkig is er een dame van de organisatie die na ongeveer twee minuten (wat voelde als een kwartier) een reserve polsbandje vindt, zodat ik mijn weg eindelijk kan vervolgen. Vol adrenaline spring ik op de fiets en probeer ik mezelf niet gek te maken. Tijd verloren, maar de dag is nog lang dus niet forceren en stick to the plan! Al snel weet ik wat naar voren te fietsen in het glooiende landschap, waarbij de wind in de rug een aangename meevaller is. Aangezien er geen verzorgingsposten zijn geregeld tijdens het fietsonderdeel, mag ik hulp ontvangen van mijn support crew (Margot). Na 60km hebben we voor het eerst afgesproken. Maar aangezien zij eerst mijn polsbandje heeft gezocht, daarna nog de wisselzone (lees mijn zwemspullen) heeft moeten opruimen en in de auto heeft moeten stappen, is ze een aardige stukje achter mij. Gelukkig passeert ze mij na 50km zodat ik snel weer nieuw eten en drinken kan pakken en ik wat kleding kan afgeven.
Het fietsen in de vroege ochtend is prachtig. De bossen, meren, wegen; het is allemaal fan-tas-tisch en soms vergeet ik even dat ik met een race bezig ben. Ook omdat er stroken zijn waarbij je minutenlang niks of niemand tegen komt. Na 100km kom ik een mede fietser achterop en sluit er vanachter iemand bij ons aan en met zijn drieën (posities 2 t/m 4 in de race) fietsen we richting de tweede wisselzone. Af en toe worden we opgeschrikt door wilde beesten onderweg; zo moeten we in de remmen voor een vos en later een eland op de weg (geen grap).
De laatste 30km zijn nog wel even pittig. Toch die paar extra kilometers meer in vergelijking met een normale hele triathlon, maar ook de tegenwind en de glooiing die nu voornamelijk omhoog gaat maakt het mentaal en fysiek zwaar. De laatste kilometer is, om ons nog even uit te wringen, gemiddeld 10% omhoog. Dus lekker met het zuur in de benen gaan we beginnen aan de trailrun. Ook in de tweede wisselzone heeft Margot alles weer perfect klaargezet zodat ik ‘snel’ aan het looponderdeel kan beginnen. Het is inmiddels warm aan het worden en gezien het geringe aantal verzorgingsposten en de heftigheid van de trail, besluit ik om goed mijn tijd te nemen en mezelf goed te verzorgen nu dat makkelijk kan. Als vierde begin ik aan het loopparcours.
Het lopen begint gelijk met een steile klim en mijn benen voelen als lood. Amai, als dit zo de hele weg is, dan wordt het een bijzonder zwaar looponderdeel! Na bijna een half uur verder (en 3km…) kom ik bij de eerste verzorgingspost. Ook hier weer; goed koelen, drinken en door! Het steile trailpad verandert langzaam in een pad met veel modder en sompige ondergrond. Ik probeer er zoveel mogelijk omheen te slingeren, maar dat gaat niet altijd even succesvol! Zo verlies ik al snel op één van de modderige stukken één van mijn schoenen en ga ik niet veel later zo diep de modder in, dat ik onderuitga. Na 7 km zigzaggen door de modder op een plateau halverwege de berg, kom ik uit een op makkelijker begaanbaar pad en slinger ik het tempo weer omhoog. Op km 14 (en al bijna 2u onderweg), kom ik bij de tweede verzorgingspost.
Weer goed mijn tijd genomen en door en blijkbaar lig ik derde, omdat er iemand is uitgevallen. Dat geeft goesting en ik probeer het looptempo hoog te houden. Maar na 2,5u begint toch de vermoeidheid en motivatie wat weg te zakken. Ik loop al lange tijd in mijn eentje in ‘the middle of nowhere’ voor mijn gevoel, en ben moe. Na 28km kom ik, eindelijk, bij wisselzone T2A. Vanaf dit moment loopt Margot als buddy met mij mee naar de top en weer terug naar het dal (van 400m naar 1400m en weer terug). Waar de locals zeggen dat de eerste 3km ‘goed’ nog prima te hardlopen zijn, moeten wij voornamelijk stevig wandelen. Dat belooft wat voor de rest… Na goed anderhalf uur klimmen, klauteren en rennen over onder andere sneeuwpassages, bereiken we de top; nog steeds als derde! Fotootje maken en door! Maar daar blijkt dat afdalen toch een discipline apart is. Al snel zien we het vierde team aan de afdaling beginnen en voordat we het weten zijn ze ons gepasseerd en uit ons zicht. Aangezien Margot een kleine blessure heeft en ik al door mijn enkel ben gegaan eerder tijdens de wedstrijd, besluiten we om rustig naar beneden te lopen nu we buiten het podium vallen; better safe than sorry…
Maar na zo’n kilometer afdalen horen we dat we toch derde liggen! Dus hop hop, gas erop en toch maar zo snel mogelijk afdalen! De OE’s en de AU’s passeren geregeld, maar wij gaan goed! Het finishdorp komt snel in zicht en na 12uur 50min en 8sec passeren we samen de finishlijn! 3de! Wat een dag! Wat een avontuur! Wat een onwijs toffe vriendin heb ik toch! Intens genoten van alles! Top organisatie, leuke deelnemers en wat een prachtig parcours! Ik kan nu al zeggen; op naar de volgende!
Edwin Dasselaar (en Margot natuurlijk)

Wim van den Broek

Wilde in 1983 iets anders dan alleen hard fietsen, stapte snel over op microfoons uittesten, één van de drijvende krachten achter één van de oudste triatlons: Oud-Gastel, figureert in misdaadseries en mag zich ridder zonder paard noemen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.