Menno Koolhaas geeft in De Avondetappe inkijkje in de wereld van Ironman
Menno Koolhaas schoof dinsdagavond aan bij De Avondetappe en gaf een interessant inkijkje in de wereld van de langeafstandstriathlon. De Nederlandse toptriatleet vertelde over zijn trainingsomvang, de verschillen tussen wielrennen en triathlon en de voortdurende zoektocht naar de perfecte balans tussen snelheid op de fiets en een sterke marathon.
“Een van de beste triatleten ter wereld”, zo kondigde presentatrice Dione de Graaff dinsdagavond Menno Koolhaas aan in het NPO-programma De Avondetappe. De Nederlandse Ironman-atleet schoof aan om te vertellen over zijn sport, zijn trainingen en de verschillen met het profwielrennen.
Koolhaas, de onlangs nog vierde werd bij een razendsnelle Challenge Roth, die hij liep in een tijd van 7.30, liet zich door Tom Dumoulin uitdagen wat hij prefereert: een mooie helm die vijf watt langzamer is of een minder mooie helm die vijf watt sneller is. “Dan kies ik toch voor die vijf watt sneller”, aldus Koolhaas tegen de oud-winnaar van de Giro d’ Italia, waarmee hij persoonlijk bevriend is.
Hardlopen ná 180 kilometer tijdrijden
Het tweetal traint regelmatig samen, opvallend genoeg is dat hardlopen. Samen wielrennen hebben ze nog nooit gedaan. Tijdrijden, de discipline waarin Dumoulin ooit wereldkampioen werd komt volgens Koolhaas nog het dichtst in de buurt van het wegwielrennen, met het verschil dat een tijdrijder kan alles geven op de fiets, terwijl een triatleet daarna nog een marathon moet lopen. “Ik wil snel zijn op de fiets, maar daarna ook nog hard kunnen lopen”, legt Koolhaas uit.
Bovenop de enorme trainingsload, Koolhaas traint tussen de 25 en 32 uur per week, zijn het de marginal gains waarnaar hij op zoek is. Die 5 watt winst met een minder mooie helm pakt hij dan ook met alle plezier aan. Aerodynamica is dan ook key voor Koolhaas, die de afgelopen jaren heeft hij veel tijd gestoken in het verbeteren van zijn positie op de fiets. “Een tijdrijder kan extreem laag en gestroomlijnd zitten, omdat er daarna geen looponderdeel meer volgt”, vertelt hij. “Voor een triatleet ligt dat anders. De perfecte houding moet niet alleen snel zijn, maar ook zorgen dat er na 180 kilometer fietsen nog een sterke marathon mogelijk is.”
Een triatleet is geen profwielrenner
De stelling dat triatleten ook automatisch goede wielrenners zijn, kan Koolhaas niet bevestigen. “Triatleten zijn meer zuinige diesels”, is zijn ervaring. “Een triatleet moet urenlang een hoog tempo kunnen vasthouden. Een wielrenner in het profpeloton moet daarnaast kunnen reageren op aanvallen, korte beklimmingen overleven en explosieve inspanningen leveren.”
Ook wat betreft techniek verschilt wielrennen volgens Koolhaas van triathlon. “Qua inhoud kunnen we als triatleet ver komen, maar ik spreek even voor mijzelf: ik ben niet super technisch. Rijden in een peloton vraagt vaardigheden die triatleten minder vaak trainen.”
Van sterk lopen naar een complete Ironman-atleet
Koolhaas behoort bij het zwemmen en hardlopen inmiddels tot de absolute top. Het fietsen was lange tijd het onderdeel waarin hij nog de meeste winst kon boeken. Daar heeft hij de afgelopen jaren hard aan gewerkt. Niet alleen door sterker te worden, maar ook door slimmer te trainen en steeds verder te zoeken naar verbeteringen op het gebied van aerodynamica. Dat past bij de manier waarop hij naar zijn sport kijkt: altijd blijven zoeken naar de volgende stap.
Een opvallend detail uit het gesprek was dat Koolhaas nog nooit een losse marathon heeft gelopen. Toch liep hij twee weken geleden tijdens de Roth Challenge in Duitsland een marathon in 2.30 uur. Het laat wat hem betreft zien hoe specifiek de Ironman is. Het gaat niet om één uitzonderlijk onderdeel, maar om de combinatie van drie sporten.
De groei van triathlon
Het doet Koolhaas plezier om te zien hoe de sport nog altijd groeit. In Duitsland merkt hij hoeveel triathlon leeft. Bij wedstrijden staan veel mensen langs het parcours en de aandacht is altijd groot. Ook in Nederland ziet hij dat de sport steeds meer groeit. Koolhaas hoopt dat die ontwikkeling doorzet en dat, net als in Duitsland, de sport met grotere evenementen, kan doorgroeien in Nederland.