Ode aan mijn 90-jarige moeder, zonder wie ik misschien wel nooit van triathlon had gehoord – WTJ 1868

VRIJDAG – Vandaag is het 28 mei 2021. Voor velen de laatste werkdag van de week met een lekker warm weekend in het vooruitzicht. Voor mij en mijn familie een bijzondere dag. Mijn moeder wordt vandaag 90 jaar. Dat is fijn Wim, maar moet dat vermeld worden op een site over triathlonsport? Nee, niet per se. Maar ik doe het toch. Want ze is vaak trots op haar drie zonen, maar graag draai ik het hier eens om: ik ben namelijk erg trots op ma.

Want die mooie leeftijd, die ze vandaag bereikt heeft ze niet cadeau gekregen. Daar gaat best wat leed aan vooraf, al zal ook dat in veel gezinnen niet anders zijn. Ma moest pa in 1972 al afstaan. Door een noodlottig bedrijfsongeval bleef ze met drie jonge, onwetende kinderen achter. Ze is nooit aan een nieuwe relatie begonnen, de liefde van haar leven was onvervangbaar. Bijna een halve eeuw is ze dus weduwe, stond ze er in de opvoeding alleen voor. Daarin slaagde ze glansrijk. Mijn broers en ik, we zijn allemaal erg goed terecht gekomen. Hebben fijne partners en op onze beurt ook weer kinderen, goede banen en mogen over onze gezondheid niet klagen. Ma ook niet trouwens en ook al gaat het lopen niet meer zo vlotjes, je hoort ze er nooit over.

Door ma bij triathlon

Vroeger was ma wel sportief hoor. Balsporten, gymnastiek, zwemmen. Triathlon kwam te laat, ze zag Sarah toen de sport haar intrede deed in Nederland en toen was het aantal masters vergeleken met nu minimaal. Maar ze wees me in het voorjaar van 1983 wel op een piepklein krantenberichtje in Brabants Nieuwsblad, mijn latere werkgever. Op de sportpagina’s stond iets over een gecombineerde sport in Hoogerheide. Over maar liefst 100 kilometer moest gezwommen, gefietst en gelopen worden. Het idee was afkomstig uit Amerika, meer specifiek Hawaii. Badmeester Han Brink was te bellen voor meer informatie. Ik reed een blauwe maandag bij de nieuwelingen, maar was als de doods om in een peloton te fietsen. Mijn moeder merkte op dat ‘als je eerst moest zwemmen, je nooit met z’n allen bij elkaar op de fiets kon zitten’. En hardlopen deed ik er in de winter een beetje bij. Met de stimulans van mijn moeder besloot ik de stoute schoenen aan te trekken en me op te geven voor die wedstrijd in juni 1983. Een succes was het niet. Een lekke band en niemand om te helpen. Zwemmen was trouwens ook overleven en tegen de tijd dat ik ging lopen/wandelen was het gros al gefinisht of in het laatste rondje. In de uitslag laat ik nog een man of vijf achter me. En toch genoot ik. Koersen reed ik niet meer, het jaar daarop viel Hoogerheide in mijn examentijd en dat vond ma dan weer minder. Geen nood, in augustus was er in Steenbergen ook zo’n triathlon, we kenden het woord amper.

Dat ging al beter. Hoewel gedubbeld op het fietsparcours klampte ik aan bij de latere winnaar Wim Vermey en zo schoof ik toch behoorlijk op naar een plekje in de top twintig. Meteen sportieve hoogtepunt, want omdat meerdere Gastelaren mee deden die na afloop samenklonterden ontstond het plan ook in ons dorp een triathlon te organiseren. Taken werden verdeeld en mijn moeder fungeerde als het wedstrijdsecretariaat. Wie mee wilde doen kon maar 1 ding doen: bellen naar huize Van den Broek. Fax, mail, app of wat dan ook: het bestond allemaal nog niet. Zo heeft ma tussen 1985 en 1991 (toen ik het huis uitging en het secretariaat mee verhuisde) honderden telefoongesprekken gevoerd met triatleten die inschreven. Ma noteerde nauwkeurig de gegevens, maar vroeg ze ook of ze informatie voor de speaker hadden. Waarbij ze dan weer niet vermelde dat haar zoon, die microfoon vasthield. Het waren soms lange, amusante gesprekken, soms slecht verstaanbaar, later ook al wat buitenlandse deelname. Ma draaide haar hand er niet voor om, ze noteerde keurig op allerlei briefjes naam, adres, geboortedatum, licentienummer en relevante feitjes. ’s Avonds als ik thuis kwam lag het telefoontafeltje bezaaid met briefjes, zeker naarmate de wedstrijddag dichterbij kwam.

Een triootje komen doen

Het meest hilarische telefoontje herinnert ze zich op haar negentigste nog. Het was Frits Massee uit Oegstgeest, die inmiddels al zo vaak verhuisd was dat zelfs de strakke administratie van ma in de war liep. Frits (helaas niet meer onder ons) was trouwe klant van onze wedstrijd en een kleurrijk type. Na zijn wedstrijd informeerde ook altijd even waar mijn moeder was, hoewel zij op de dag zelf geen bemoeienissen meer had met het evenement. Uiteraard kwam ze wel even kijken en Frits ging ze altijd bedanken. Dat telefoontje was al een paar jaar verder in de tijd. Ma neemt op en Frits zegt zijn naam en voegt er in Noord-Hollands accent aan toe: Kan ik bij u een triootje komen doen? Mijn moeder had haar weerwoord meteen klaar: ,,Ik zal u op de wachtlijst plaatsen, dan hoort u vanzelf wanneer u aan de beurt bent.”

Aanvankelijk bleven nog best wat inschrijvingen op mijn ouderlijk adres binnen komen, maar na verloop van tijd werd het rustiger op de telefooncentrale van ma. Ze gaf wel eens aan dat ze de belletjes miste. En dat geloof ik ook wel. Haar zonen waren toen alle drie het huis uit, dan ontstaat er toch iets van leegte. Voordat het zover was, was het op het Gastelse adres aan de Rijpersweg een zoete inval. Van mensen bij de sportactiviteiten van ’t Veerke betrokken en van Ruud de Haan. Die stond in die tijd vrijwel wekelijks op de stoep, toen al hield hij rekening met files of vertraging onderweg. Dus als een triathlon om 10 uur ’s ochtends begon haalde hij me vier uur van tevoren op. Dan was ma altijd al fris en fruitig uit de veren, maar zoonlief was soms een avondje wezen doorzakken en met geen mogelijkheid uit z’n nest te krijgen. Geen nood, want Ruud kreeg een overvloed aan koffie en ma drong erop aan dat hij ook een paar boterhammen nam of iets anders lekkers. Bij terugkeer ’s avonds hetzelfde verhaal: blijf je niet eten, Ruud?

We zijn in 2021, ma is de coronatijd goed doorgekomen, de vaccinaties achter de rug en ze kijkt weer vooruit. Naar vandaag en het weekend, waarin haar verjaardag gevierd wordt. Te bescheiden naar haar zin, althans ze had liever veel meer mensen ontvangen. Al die jaren is ze haar kroost blijven volgen. In mijn geval knipt ze nog regelmatig mijn krantenberichten uit. Ze nam de Eurosport-uitzendingen, die Ruud en ik van commentaar voorzagen op VHS op en ze volgt nog alle wielerkoersen en voetbalwedstrijden op televisie. En ook bij de Olympische Spelen is ze niet weg te slaan bij de buis. Ze was erbij in ‘mijn eerste jaren Almere’, hoog op de tribune met mijn broer. Af en toe hoofdschuddend als ik iets geks deed zoals de wave in gang brengen, maar de duim omhoog als het goed ging. En ik zorgde tussendoor altijd wel voor een klein stukje Brabants in mijn praatje. Mijn moeder kan heel plat Brabants praten, dat krijg je er niet meer uit. Stukje cultureel erfgoed, vind ik dat. Ze was er ook bij in Holten en op Ameland, waar we de triathlon koppelden aan een weekje vakantie. Kortom ma Van den Broek loopt als een rode draad door mijn triathlonhobby.

Trots

Ik prijs me gelukkig met zo’n moeder, die ook mocht meemaken dat haar oudste zoon vanwege zijn verdiensten in de muziek en de middelste vanwege sportactiviteiten op organisatorisch vlak een Koninklijke Onderscheiding kregen. Natuurlijk was ze trots, maar feitelijk draag ik mijn lintje geheel aan haar op. Ma maakte het mogelijk dat wij ons konden ontplooien, dingen gingen doen waar we goed in zijn en vooral: die we leuk vinden. Daar ben ik ze eeuwig dankbaar voor. Het hoogtepunt van die triathlondag in juni 2019 was daarom niet het moment dat de burgemeester mij de versierselen opspelden, maar het moment dat ma me kwam feliciteren.

Vandaag, 28 mei, is het haar dag. Ze kreeg al heel wat kaarten binnen, de voorpret is al begonnen met de versieringen, die we hebben aangebracht. Vandaag is het mijn beurt om haar in het zonnetje (ik hoop letterlijk) te zetten. Dat doe ik met dit eerbetoon, waar ik jullie nu ook mee lastig val. Dat doen we in de loop van de dag met ons gezin, want ik vergeet er nog bij te zeggen dat onze kinderen er een hele fijne oppastijd aan hebben overgehouden. Lieve ma, namens mezelf (maar ook een beetje namens de hele triathlonfamilie): alvast van harte gefeliciteerd met uw negentigste verjaardag. Op 28 mei 1931 had nog niemand ooit van triathlon gehoord. Nu missen we de sport in eigen land meer dan ooit, maar ook dat trekt weer bij. WTJ 1868 had misschien al WTJ 1931 (uw geboortejaar) moeten zijn, maar evengoed: van harte gefeliciteerd en tot straks!

 

Wim van den Broek

Wilde in 1983 iets anders dan alleen hard fietsen, stapte snel over op microfoons uittesten, één van de drijvende krachten achter één van de oudste triatlons: Oud-Gastel, figureert in misdaadseries en mag zich ridder zonder paard noemen.

One thought on “Ode aan mijn 90-jarige moeder, zonder wie ik misschien wel nooit van triathlon had gehoord – WTJ 1868

  • 29/05/2021 om 11:28
    Permalink

    Wat een prachtig eerbetoon aan jouw lieve moeder!! En dank voor weer een mooie stukje triathlongeschiedenis

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.