De column van Angela (10) ; Ineens is het heel dichtbij.

Ineens is het heel dichtbij.

IRONMAN Luxemburg. De halve. En eigenlijk komt die grote jongen van Maastricht ook akelig snel in de buurt. M’n laatste column was juist weer ver weg. Die ging dan wel weer over een hele. Maar ik had eigenlijk wel meer willen schrijven. Het kwam er echter niet van.

Ik heb namelijk een tijdje wat minder lekker in m’n vel gezeten. In december kreeg ik last van een dooie vinger en een tintelende arm wat na een paar maanden onderzoek, of vooral wachten eigenlijk, artrose van 2 nekwervels bleek. Mijn brein schiet dan gelijk in de paniekstand. Want ik doe een sport met nogal een hoge belasting. Maar gelukkig werden mijn zorgen door toffe dokters snel weggenomen. Beweging is namelijk goed voor versleten botten #ikwordoudbijna40 en dat zit bij mij wel goed. Maar de klachten waren er wel en de afgelopen maanden was het dus tobben en zoeken naar manieren om van de ongemakken af te komen. En dat is inmiddels bijna gelukt!

Maar als klap op de vuurpijl kreeg ik ook weer last van een hartritmestoornis. Een aangeboren ‘kleine’ afwijking waar ik eerder succesvol vanaf was geholpen. Maar helaas moet deze behandeling waarschijnlijk nog een keer. Deze ‘huis-tuin-en-keuken-ritmestoornis’,  aldus cardioloog, is bloedirritant maar kan gelukkig weinig kwaad en op mijn vraag aan de dokter of ik nog verder mocht trainen voor de IRONMAN sprak hij resoluut: “Lekker blijven doen”. Ok doc!

Wat hobbels dus. En het ging me even niet in de koude triathlonkleren zitten. Maar voordat dit een klaagzang wordt: Afgelopen weken gaat het trainen steeds lekkerder, begin ik weer wat beter in balans te komen, weer een beetje te avonturieren en komen ook de schrijfkriebels weer terug.

Hoi! Hier ben ik weer met m’n gezwijmel!

Een paar dagen na een hele toffe kwart triatlon in Ter Aar (aanrader), met een dik PR in het zwembad, het plan uitgevoerd om eens naar Zuid Limburg te fietsen. En ik woon in Zuid Holland. Dus dat  is 212 kilometer. Best ver. We staan daar elk jaar op de camping met Hemelvaart en het leek me altijd al eens leuk daar op de racefiets heen te toeren. En de caravan ging toch al met auto (en man) dus die hoefde ik niet mee te sleuren.

Op het gemak en ‘professioneel’ met een nieuw bestelde zadeltas ging ik dan ook op pad. Broodjes mee, sportdrank mee en om 6 uur in de ochtend vertrok ik van huis met het plan om een in de 2 uur even te stoppen. Newsflash: Om 8 uur in de ochtend zijn er nog geen terrassen open voor koffie 🤣. Daar had ik me even in vergist. Maar op de helft van mijn avontuur kon ik gelukkig voor het eerst aan een tafeltje schuiven voor een bakkie pleur. Ik kan hier nu een heel verslag schrijven. Maar eigenlijk gingen alle kilometers verassend makkelijk. En op 200 kilometer gebeurt er best veel dus dan word het een wat lang verhaal. Maar op één moment was ik zo trots dat ik dat wel even wil delen:

Bijna aan het einde, op één van de laatste klimmen naar de camping, stuitert m’n voorwiel over een dik takje. Achter me hoor ik een collega-wielrenner er iets over roepen. Wat precies weet ik niet want ik ben niet zo goed in Limburgs. Wel teringgoed in Rotterdams. Dat even terzijde. Maar wat ik wél verstond was dat hij graag even in mijn wiel wilde blijven. Prima, leuk! Eenmaal boven kreeg ik de vraag of ik vast wedstrijden reed “want je rijdt zo sterk naar boven”. Ik deelde trots mede dat ik al 200 kilometer in de benen had en de verbaasde reactie was verdomd goed voor m’n ego! Op de camping kreeg ik een heldenonthaal, bier en taart. En dat is eigenlijk alles wat je nodig hebt na zo een heerlijke rit.

Ik had en heb voor het eerst echt wat twijfels richting de grote afstanden. Maar ervaringen als deze sterken het vertrouwen wel. Ik twijfelde ook even om dit alles te delen maar het hoort erbij en eigenlijk ben ik gewoon teringblij dat alle lichten nog op groen staan. De komende weken staan in het teken van duurmeters maken, puntjes op de i zetten en vooral veel lol blijven houden in wat ik doe. Want ik hou van dit spelletje. En van schrijven. Moet ik misschien wat vaker doen 🙂

Ruud de Haan

Ruim dertig jaar geleden aangestoken met het triathlonvirus. Als super-recreant races gedaan en door toedoen van Mels de Kievit aan de micro beland en die nooit meer los gelaten. Samen met maatje Wim van den Broek zo veel meer dan 1000 wedstrijden als speaker gedaan. Zo af en toe actief voor Eurosport als commentator bij triathlons.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.