Als een vis in het water: hoe Bram Couperus triathlon en zeeonderzoek combineert
Triathlon en marien onderzoek lijken op het eerste gezicht twee totaal verschillende werelden – behalve dat ze zich allebei (deels) in het water afspelen. Voor de 62-jarige Bram Couperus lopen de twee al jaren moeiteloos in elkaar over. Zo zit hij soms weken op zee om bestandschattingen te maken van vis en traint hij zich op andere momenten suf aan wal of staat hij langs de badrand om een zwemtraining te geven.
Onderstaand verhaal verscheen eerder in de april-editie van Triathlon Inside Magazine.
“Alles wat ik met sport doe, moet vooral leuk blijven”, zegt hij. Het is een uitspraak die net zo goed op zijn werk van toepassing zou kunnen zijn.
Bram werkt al sinds 1992 in het mariene onderzoek. Zijn specialisme ligt bij vissoorten als haring en blauwe wijting, zogenaamde pelagische soorten: vissen die midden in de waterkolom leven, vaak in grote scholen. Het is een bijzonder beroep dat hem jaarlijks meerdere weken naar zee brengt. Met zijn baan heeft hij een positie aan het begin van een ingewikkelde keten die bepaalt hoeveel vis er gevangen mag worden.
“Om tot visquota te komen moeten eerst gegevens verzameld worden”, legt hij uit. “Meerdere landen doen daaraan mee. Die gegevens worden samengevoegd en daar rolt uiteindelijk een advies uit, waarover de ministers binnen de EU gaan onderhandelen, waarna de visquota worden vastgesteld Ik sta aan het begin van dat proces en maak bestandschattingen”, probeert hij zijn allesbehalve standaardbaan in een paar zinnen uit te leggen.
Focus op vissen aan boord, trainen aan wal
Dat onderzoek gebeurt onder meer met behulp van een echosounder onder het schip. De hoeveelheid van de echo’s van de waargenomen visscholen zijn een maat voor de hoeveelheid vis. Maar zo’n meting is pas het begin van een uitgebreide puzzel.
“Elke soort heeft een andere akoestische reflectie”m zegt Bram. “Dus we moeten vissen vangen, de soort bepalen, meten, wegen en vaststellen of ze volwassen zijn, dus of ze deel uitmaken van de paaibiomassa (het totale gewicht van alle vissen in een populatie die geslachtsrijp zijn en in staat zijn om zich voort te planten red.).
“Zo’n bestandsschatting wordt uitgespltst naar jaarklassen, zodat we ook kunnen voorspellen hoeveel vis erbij komt in de komende jaren. Hiervoor moeten we de leeftijden bepalen aan de hand van oöliete, ofwel gehoorsteentjes, die we uit de kop halen. Daar kun je groeiringen in zien die een indicatie geven van hoe oud de vis is.”
Het type werk vraagt om precisie en geduld, eigenschappen die hem ook in de triathlon goed van pas komen. Want het combineren van beide werelden vraagt soms om creativiteit.

Gemiddeld vaart Bram zo’n tien weken per jaar. Lange periodes waarin een strak trainingsschema simpelweg niet realistisch is. Toch heeft hij in de loop der jaren een manier gevonden die voor hem werkt.
“Als ik weet dat ik vier weken wegga, train ik in de periode daarvoor extra veel”, vertelt hij. “Dan train ik me gewoon vier weken lang helemaal suf en zie ik die weken op zee een beetje als herstelperiode.”
Aan boord staat bij de grotere schepen wel eens een hometrainer of roeimachine, al maakt hij daar niet altijd gretig gebruik van. Liever pakt hij zijn kansen aan wal, wanneer die zich voordoen. “Als we tussendoor een keer in een haven komen om bemanning te wisselen, ga ik vaak even hardlopen of zwemmen”, zegt hij. “En als ik voor een conferentie op reis ben, train ik in de vrije momenten. Wanneer iedereen samen iets gaat drinken of eten, ga ik soms eerst nog even lopen en sluit ik daarna ook aan.”
Verrassend nieuw visje
Dat Bram gepassioneerd is over zijn werk, merk je wanneer hij op zee druk aan de slag gaat met het documenteren van alle bijvangst – de visjes waar ze eigenlijk niets mee hoeven. Tijdens een survey naar blauwe wijting, een diepzeevis die op ongeveer vijfhonderd meter diepte zwemt, kwam er in een nachtelijke trek een grote hoeveelheid bijvangst mee omhoog. “Dan zit er van alles tussen”, vertelt Bram. “Soms wel vijftig of zestig soorten in één trek.”
Zoals altijd besloot hij de vangst zorgvuldig uit te zoeken en te registreren. Niet omdat het per se moest, maar omdat hij het belangrijk vindt dat die informatie bewaard blijft. “Alles wat we vangen gaat uiteindelijk dood aan boord”, zegt hij. “Dan vind ik het zonde om daar niets mee te doen.”
Tussen de visjes zat één exemplaar dat hij niet kon thuisbrengen. Het werd ingevroren, verder onderzocht en uiteindelijk – met hulp van een Russische en Duitse taxonoom – ontdekte Bram dat het om een nog onbeschreven soort ging. “Dat is iets wat bijna nooit gebeurt”, zegt hij.

Uit de naam die hij samen met een andere taxonoom voor de vis koos, blijkt zijn gevoel voor humor. Binnen het geslacht Microichthys – letterlijk vertaald ‘kleine vissen’ – bleek dit juist de grootste. De soortnaam werd daarom Microichthys Grandis. Oftewel: de grote kleine vis.
Eerst vissen, toen triathlon
Opvallend genoeg kwam triathlon pas relatief laat in zijn leven serieus in beeld. Als jonge sportliefhebber werd zijn interesse al gewekt toen hij de triathlon van Almere op televisie zag. Maar door het vele varen bleef het lange tijd bij kijken.
Tot in 2006, tijdens een conferentie met collega’s. “We spraken af dat we samen een triathlon zouden doen in Aalsmeer”, vertelt hij. “Uiteindelijk was ik de enige van de drie die hem heeft gedaan. Maar ik vond het zó leuk dat ik dacht: ik ga hier gewoon mee door.”
Sindsdien is hij een vaste verschijning bij wedstrijden. In veel jaren stond hij zes of zeven keer aan de start, vaak op de kwart- of halve afstand. Drie keer finishte hij een hele triathlon.
Zijn sportieve hoogtepunt tot nu toe beleefde hij in Almere. “De mooiste was Almere 2023”, zegt hij. “Daar werd ik Europees kampioen bij de mannen 60. Dat was echt heel leuk, ook omdat er zoveel mensen van de vereniging bij de finish stonden.”
Dat sociale aspect weegt voor hem zwaar. Grote internationale wedstrijden zijn mooi, maar zijn hart ligt bij de wedstrijden dichter bij huis. “Ik vind eigenlijk de plaatselijke wedstrijden het leukst”, zegt hij. “Clubkampioenschappen, waar je mensen kent.”
‘Zwemmen is niet mijn sterkste onderdeel’
Hoewel Bram veel tijd op zee doorbrengt, ligt zijn sterkste onderdeel niet in het water. “Zwemmen is zeker niet mijn sterkste onderdeel”, zegt hij. “Dat is het lopen. En fietsen gaat ook prima, maar ik ben niet zo’n materiaalman, dus ik fiets gewoon op een oude racefiets.”
Wat hij belangrijker vindt, is het genieten van het sporten. Tijdens duurloopjes is hij bijvoorbeeld zelden alleen met tempo’s of schema’s bezig. “Ik ben dan ook altijd aan het luisteren naar vogelgeluiden”, zegt hij. “Dat maakt het voor mij leuk. Zo hou je het vol.”
Blijven meedoen
Hoewel Bram nog altijd graag aan de start staat, merkt hij ook dat herstellen simpelweg meer tijd kost dan vroeger. Een hele triathlon ziet hij daarom niet snel meer gebeuren. “Als je ouder wordt herstel je minder”, zegt hij. “Jonge mensen begrijpen dat vaak nog niet zo goed, maar het is gewoon echt zo.”
Dat betekent niet dat de sport naar de achtergrond verdwijnt. Integendeel. Juist de combinatie van trainen, wedstrijden en het clubleven houdt hem scherp. Vorig jaar stond hij nog drie keer aan de start en ook bij de clubkampioenschappen is hij er steevast bij. “Mijn doel is daar ook een beetje om de jongeren te laten zien dat ik nog meedoe”, zegt hij met een glimlach. “Ik loop nu nog tien kilometer in ongeveer veertig minuten. Voor een 62-jarige is dat niet gek.”

Binnen de Haarlemse triathlonvereniging IZGS is Bram bovendien al jaren actief als zwemtrainer. Op dit moment volgt hij de TTN3-trainersopleiding van de Nederlandse Triathlonbond.
Zolang het leuk blijft
Na ruim drie decennia op zee heeft Bram de veranderingen in de Noordzee van dichtbij zien gebeuren. Sommige soorten zijn schaarser geworden, andere – vaak zuidelijkere soorten – duiken juist vaker op, zo vertelt hij wanneer we hem vragen naar de impact van klimaatverandering op zijn werk.
“Je ziet wel dat er meer zuidelijke soorten zijn gekomen in de tijd dat ik dit werk doe”, zegt hij. Tegelijk blijft hij voorzichtig met snelle conclusies. Ecosystemen zijn complex en voortdurend in beweging. Wat hem vooral blijft boeien, is dat dynamische karakter van de natuur. En het in kaart brengen van wat er verandert.
Voor de komende jaren heeft hij op sportief vlak geen groot masterplan meer in de kast liggen. “Ik wil vooral blijven genieten van het sporten.”
Dat past precies bij de manier waarop Bram al jaren in zowel zijn werk als zijn triathlon staat: nieuwsgierig blijven, betrokken, en zorgen dat het leuk blijft.
Dit artikel verscheen afgelopen april in het editie 11 van Triathlon Inside. Bestel het magazine of word Insider en naast dit verhaal de vele andere mooie verhalen.
In editie 11 lees je ook een interview met Greg Van Avermaet over zijn triathon-ambites, een interview met marathonsensatie Mikky Keetels en een persoonlijk verhaal van Els Visser, die terugblikt op haar afscheid van de topsport, naast analyses en reportages uit de internationale triathlonwereld.
